Informatie

 

Zoeken




Onderwerpen: 3


Vakbonden

Vakbonden   Een vakbond of werknemersvereniging is een organisatie die de individuele en collectieve belangen behartigt van aangesloten werknemers. De volgende vakbonden hebben de CAO VVT 2014-2016 mede afgesloten: FNV Zorg en Welzijn, CNV Publieke Zaak, FBZ en NU ’91. Een vakbond of werknemersvereniging is een organisatie die de individuele en collectieve belangen behartigt van aangesloten werknemers. De volgende vakbonden hebben de Cao VVT 2014-2016 mede afgesloten: FNV Zorg en Welzijn, CNV Publieke Zaak, FBZ en NU ’91.   Met dezelfde bonden is Bo in gesprek over de Cao Kraamzorg.   CNV Zorg en Welzijn CNV Zorg en Welzijn is één van de bonden van de organisatie CNV. CNV Zorg en Welzijn komt op voor de belangen leden in de sectoren zorg & welzijn waaronder verpleging, verzorging, thuiszorg en kraamzorg.   CNV houdt zich bezig met collectieve belangenbehartiging, individuele belangenbehartiging en daarnaast ook met de beroepsinhoud. Dit laatste omvat alles waar werknemers in het dagelijks werk  mee te maken hebben. Zoals wetgeving die het beroep beïnvloedt en (ethische) dilemma’s waar men in de praktijk tegenaan loopt. FBZ FBZ staat voor: Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg en daaraan gerelateerd onderwijs en onderzoek. 18 beroepsorganisaties zijn aangesloten bij de FBZ. De beroepsorganisaties verzorgen de collectieve belangenbehartiging voor hun leden, waarvan het arbeidsvoorwaardelijk deel door de FBZ wordt verzorgd. De FBZ onderhandelt namens de aangesloten beroepsorganisaties aan 10 cao-tafels in de zorg.   Naast het (cao-)overleg op landelijk niveau voert de FBZ ook op instellingsniveau overleg met werkgevers over de personele gevolgen van fusies en reorganisaties. De FBZ onderhandelt daarbij met de werkgever over bijvoorbeeld een sociaal plan. Ook neemt de FBZ onder andere deel aan overleg over pensioenen, functiewaarderingssystemen en arbeidsmarktfondsen en met zorgverzekeraars   NU ’91 NU’91 is een onafhankelijke organisatie van verpleegkundigen en verzorgenden die zowel de beroepsinhoudelijke als de arbeidsvoorwaardelijke belangen van gezondheidszorgers behartigt. Zij maakt zich sterk voor de professionalisering en zelfstandigheid van het verpleegkundig beroep door het behartigen van arbeidsvoorwaardelijke en het centraal stellen van de beroepsinhoud. NU’91 werkt o.a. aan de beeldvorming en waardering van het beroep, de kwaliteit van het verpleegkundig/verzorgend onderwijs en wettelijke regels en kaders.   FNV Zorg en Welzijn FNV is een vakbond in de publieke sector die zich in voor de belangen van werknemers in verschillende beroepen waaronder de zorg. De zorg in ondergebracht bij FNV Zorg en Welzijn.  Zij behartigt de collectieve én individuele belangen van werknemers op het gebied van werk en inkomen.  


Verzuim en re-integratiebeleid

Verzuim en re-integratiebeleid   Als werkgever dient u uw werknemers voor te lichten over de rechten en plichten bij ziekte en re-integratie. De Wet Verbetering Poortwachter toetst namelijk of u voldoende doet aan het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en aan re-integratie. Naast een goede voorlichting moet u zorgen voor een duidelijke procedure voor ziekmelding en re-integratie. Het re-integratiebeleid heeft als doel de zieke werknemer weer zo snel mogelijk aan het werk te krijgen. U heeft hierbij altijd de hulp van een bedrijfsarts nodig. Deze is veelal in dienst bij een arbodienstverlener (ziet u ook het hoofdstuk Arbobeleid).   Ziekmeldingen Zieke medewerker De medewerker kan zich het beste ziekmelden bij de leidinggevende en niet bij een collega. Een leidinggevende weet wat voor werk er blijft liggen en kan dit eventueel onder de andere medewerkers verdelen. De leidinggevende kan direct aan de hand van de volgende vragen uitzoeken wat er aan de hand is: Waarom kun je niet naar het werk komen? Zijn de klachten werk gerelateerd? Ben je al naar de dokter geweest? Hoe lang denk je dat je zult verzuimen? Een medewerker is overigens niet verplicht in te gaan op vragen omtrent de aard van zijn ziekte.   Betermelding De medewerker dient zich beter te melden bij de leidinggevende en/of P&O. Verschijnt de zieke medewerker weer gezond op het werk, meldt dit dan direct aan de Arbodienst en eventueel UWV.   Ziekte of verzuim? Verzuimt de medewerker vanwege het feit dat de combinatie arbeid en zorg voor familielid te zwaar is of wanneer een kind van de medewerker ziek is of om andere privéredenen, is dit geen ziekteverzuim. In het geval van verzuim door andere redenen dient u de mogelijkheden te bespreken die de Cao biedt en die de Wet Arbeid en zorg biedt.   Re-integratiebeleid Het vervolgtraject Is de verwachting dat de werknemer snel weer aan de slag kan (binnen vier weken) dan meldt u de werknemer ziek bij de arbodienst en houdt u ondertussen contact met uw werknemer Is de verwachting dat de werknemer voorlopig niet kan werken (langer ziek zal zijn dan vier weken) dan meldt u de werknemer ook ziek bij de arbodienst en nu zal de bedrijfsarts binnen 6 weken een probleemanalyse maken. Aan de hand van de probleemanalyse van de bedrijfsarts gaat u vervolgens in gesprek met de werknemer en u maakt een plan van aanpak WIA en voert dit samen met de medewerker uit. Blijft de medewerker ziek dan blijft u werken aan de re-integratie. Alle documenten waarin u re-integratieafspraken vastlegt dient u in het dossier te bewaren en u dient ervoor te zorgen dat de medewerker hiervan een kopie heeft. Uiterlijk in de 42e week van ziekte meldt u uw medewerker ziek bij het UWV.   Plan van aanpak WIA Verwachten u, uw medewerker en de arbodeskundige dat uw medewerker weer aan het werk kan? Dan maakt u uiterlijk in de achtste week samen met uw werknemer afspraken om dit zo snel en verantwoord mogelijk te doen. Deze afspraken beschrijft u in een Plan van aanpak. Bij het opstellen van dit plan gebruikt u de Probleemanalyse van de bedrijfsarts of arbodienst als basis. Deze digitale documenten  kunt u vinden op de website van het UWV in het werkgeversportaal. Bij veranderingen wordt het plan van aanpak bijgesteld; Bijstelling Plan van aanpak.   Casemanager Er wordt een casemanager aangewezen om ervoor te zorgen dat iedereen de afspraken nakomt. Dit kan een medewerker van de arbodienst zijn, of iemand van uw organisatie.   Probleemanalyse WIA Wanneer verwacht wordt dat de medewerker niet snel beter wordt, wordt een Probleemanalyse WIA gemaakt door de arbodienst/bedrijfsarts. In de analyse staat waarom de medewerker niet of minder kan werken. En hoe en wanneer hij waarschijnlijk wel weer aan het werk kan. De bedrijfsarts of arbodienst geeft, als dit mogelijk is, aan of uw werknemer zijn eigen werk in de toekomst nog kan doen. Daarnaast staan er in de probleemanalyse WIA adviezen voor uw werknemer om weer aan het werk te gaan. Bijvoorbeeld door stap voor stap meer uren te gaan werken of door de werkplek of de taken aan te passen. Belangrijk Het is belangrijk dat u altijd kritisch blijft over het oordeel van de arbodienst of bedrijfsarts. U bent tenslotte altijd zelf verantwoordelijk voor de re-integratie. Wanneer de medewerker een WIA-uitkering aanvraagt zal een arts van het UWV de medewerker onderzoeken. Wanneer blijkt dat het oordeel van de arbodienst of bedrijfsarts niet klopte en uw medewerker veel eerder had kunnen gaan werken? Dan loopt u het risico dat u het loon langer moet doorbetalen.   Evalueren en WIA uitkering Rond het einde van het eerste ziektejaar evalueert u met uw werknemer de re-integratie tot dat moment. Dit is de Eerstejaarsevaluatie plan van aanpak. Daarnaast kijkt u vooruit naar het komende jaar. Is na dit eerste jaar nog niet duidelijk hoe en wanneer uw werknemer weer aan het werk kan gaan binnen uw organisatie? En bent u nog niet begonnen met het zoeken van werk buiten het bedrijf? Dan moet u vanaf dit moment intensief daarnaar gaan zoeken. Ook als er misschien nog mogelijkheden binnen uw bedrijf zijn. Wanneer uw medewerker ruim 1,5 jaar ziek is, kan hij een WIA-uitkering aanvragen. Hiervoor beoordeelt het UWV re-integratie met het re-integratieverslag. Het laatste onderdeel van het re-integratieverslag is de Eindevaluatie plan van aanpak. U vult dit formulier samen met uw werknemer in.     Modernisering ziektewet  (BeZaVa) In 2013 heeft de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) - ook wel modernisering Ziektewet genoemd – haar intrede gedaan. Deze wet is gericht is op het terugdringen van het ziekteverzuim van vangnetters (tijdelijke arbeidskrachten die ziek uit dienst gaan). Met de nieuwe ziektewet is het de bedoeling dat er minder zieke en arbeidsongeschikte tijdelijke werknemers komen, waarbij u als werkgever meer verantwoordelijkheid krijgt Door de Modernisering Ziektewet draagt u vanaf 1 januari 2014 via een gedifferentieerde premie bij aan de uitkeringen vanuit de Ziektewet (ZW) aan flexwerkers. ZW-uitkeringen die vanaf 2012 aan flexwerkers zijn uitbetaald na het einde van hun dienstverband, worden vanaf 2014 doorbelast in de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). Erg belangrijk is dus dat zoals hierboven is beschreven u voor ál uw medewerkers een goed verzuim, re-integratiebeleid en preventiebeleid heeft en hanteert! Uiteindelijk kunt u namelijk 12 jaar financieel verantwoordelijk zijn voor de tijdelijke krachten die uw organisatie binnen de eerste twee ziektejaren verlaten.   Verantwoordelijkheden De gedachte achter de modernisering ziektewet is als volgt: Hoe meer verzuim, des te hoger de kosten voor de werkgever (door uitbreiding van de premiedifferentiatie worden werkgevers gestimuleerd mee te werken aan het terugdringen van de instroom van de groep werknemers in de WIA). De verantwoordelijkheid wordt dus bij u als werkgever gelegd. U dient  zich bewust te zijn van de ziekte van tijdelijke krachten en een sterkere band met deze flexwerker te krijgen (tot januari 2014 werden zowel de Ziektewet als de eventueel daaropvolgende WGA -uitkering betaald vanuit het sectorfonds van een bepaalde beroepsbranche waardoor de werkgever niets merkte van het ziekteverzuim). Ook de werknemer krijgt nieuwe prikkels onder deze wet. Na een jaar ziek zijn is er een keuring en indien iemand voor minder dan 35% ziek is krijgt deze persoon geen uitkering meer. Daarnaast moet na een jaar gangbare arbeid geaccepteerd worden en wordt werken naast de uitkering beloond.   Wie zijn de ‘vangnetters’? De vangnetters op wie de Modernisering Ziektewet van toepassing is, zijn werknemers met een arbeidsbeperking die geen werkgever meer hebben. Deze groep bestaat uit: uitzendkrachten die ziek worden en daardoor de Ziektewet in gaan (beëindiging contract). zieke werknemers van wie hun dienstverband afloopt tijdens de ziekte (hiervoor zijn werkgevers verantwoordelijk). zieke WW-ers na 13 weken WW. iemand die binnen 28 dagen na beëindiging van zijn arbeidscontract ziek wordt. Deze ex-werknemer valt als gevolg van ‘de nawerking’ ook onder de Nieuwe Ziektewet (bij ziekmelding na die 28 dagen blijft de ex-werkgever buiten schot en is het UWV verantwoordelijk). Voor vangnetters die onder de volgende groepen vallen, verandert niets voor de werkgever: Orgaandonoren; Vrouwen met zwangerschaps- en bevallingsgerelateerde klachten; Personen met een arbeidsongeschiktheidsstatus (no-riskers). (De ziektekosten blijven in deze gevallen vanuit het sectorfonds gedragen worden.)   Premiedifferentiatie Ook in de gemoderniseerde Ziektewet dient u bij ziekte van een werknemer met een tijdelijk contract het loon door te betalen gedurende de looptijd van het contract. De verandering zit hem in de financiering van de periode daarna, tot het moment dat de werknemer twee jaar ziek is geweest. Voor kleine organisaties verandert er overigens niets. Voor werkgevers met een loonsom die gelijk of minder is dan tien keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer (< € 307.000,-) blijft de premie op sectorniveau (geljike premie voor alle werkgevers in de sector). Voor middelgrote organisaties met een loonsom van meer dan tien tot en met honderd keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer (tussen € 307.000,- en € 3.070.000,-) wordt een gewogen gemiddelde berekend tussen sectorpremie en individuele (gedifferentieerde) premie. Hoe meer werknemers, des te hoger het aandeel individuele premie. Organisaties met meer dan honderd keer het gemiddelde loon (meer dan honderd werknemers) gaan de premie volledig op individuele basis betalen (boven € 3.070.000,-). Zodoende is voor grote organisaties de premie per 1 januari 2014 geheel gebaseerd op de eigen ziekteverzuimcijfers. Het UWV levert de input voor die premiebepaling en houdt daarvoor sinds 2012 de individuele schade per werkgever bij. De belastingdienst stelt de uiteindelijke premie vast en legt hem op. Goede prestaties zullen op termijn zichtbaar worden in de premie, echter bij veel zieke vangnetters betaald u ook veel. De premies worden gebaseerd op de instroom in de WGA van twee jaar daarvoor. Dus de premie per 1 januari 2017 is gebaseerd op de prestaties in 2015. Kijkt u ook op: https://www.uwv.nl/overuwv/kennis-cijfers-en-onderzoek/premieadviezen-social-fondsen/gedifferentieerde-premies-wga-en-zw-2017.aspx   Preventie U als werkgever wilt er natuurlijk veel aan doen om zo min mogelijk zieke vangnetters te hebben. U kunt er in ieder geval voor zorgen om een goede administratie te onderhouden betreffende de eerste ziektedag van de tijdelijke arbeidskrachten zodat u de gegevens die u van het UWV krijgt ook kunt controleren. En ook kunt vastleggen welke werknemers een no-risk status hebben (zie hierboven). Net zoals hierboven beschreven dient u ook voor de tijdelijke werknemers samen met een bedrijfsarts of arbodienst (voor de resterende looptijd van zijn contract) een plan van aanpak voor re-integratie op te stellen. Na afloop van het contract wordt het UWV de uitvoerende partij en is uw invloed als (ex)werkgever op de re-integratie beperkt. Tenminste als u geen eigen risico drager bent. Wat u mogelijk ook wenst te doen is afspraken maken met uw tijdelijke werknemer die ziek is geworden over de re-integratie na het einde van hun contract, op deze manier kunt u nog wel contact houden met de werknemer en een vinger aan de pols houden. Daarnaast zou u ook contact kunnen houden met de gezonde werknemer die uit dienst gaat. Het is immers van groot belang dat deze gezonde werknemer niet binnen 28 dagen ziek wordt, daarnaast wilt u het liefst dat deze (ex)werknemer elders werk heeft gevonden.   Eigen risico De uitvoering van de Ziektewet ligt in eerste instantie volledig bij het UWV. U kunt er echter ook voor kiezen om eigen risico drager te worden. Met ingang van 2017 wordt de verzekering voor WGA-vast en WGA-flex samengevoegd. Werkgevers hebben dan de mogelijkheid om voor deze combinatie eigenrisicodrager te worden. Daarnaast wordt per 2017 de wetgeving zodanig veranderd dat de verschillen tussen de private en publieke verzekering WGA verkleind worden. Indien u geen eigen risicodrager bent dan bent u publiek verzekerd voor de Ziektewet en de WGA, u betaald dan standaard een premie aan het UWV. U bent dan ook afhankelijk van het UWV. Het UWV is dan vervolgens verantwoordelijk voor de begeleiding van uw zieke ex-werknemers. Echter het UWV schijnt er niet helemaal op gericht zijn om deze zieke ex-werknemer te begeleiden, het zal dan ook vaak voorkomen dat u langer een verhoogde Ziektewet- of WGApremie betaald indien de ziekteverzuimbegeleiding en re-integratie niet aanslaat. Met een publieke verzekering betaald u hoe dan ook premie en heeft u dus minder invloed op de hoogte van de premie. Indien u eigen risicodrager wordt voor de Ziektewet betaald u zelf de Ziektewetuitkering aan zieke ex-werknemers. De vraag die u uzelf zou kunnen stellen is of u dit financiële risico daadwerkelijk zelf kunt en wilt dragen. Als eigenrisicodrager bent u ook zelf verantwoordelijk voor de re-integratie van de ex-werknemer.   Meer informatie hierover kunt u vinden op de site van het UWV en op de site van de Belastingdienst.


Vroegsignaleringsinstrument TNO

Vroegsignaleringsinstrument TNO  Het signaleren van risicofactoren, bespreken van de signalen met het gezin, schrijven van de rapportage, overdragen en rapporteren aan verloskundige/huisarts en/of collega’s maakt deel uit van kraamzorg en is daarom een onderdeel van het LIP. In opdracht van het ministerie van VWS heeft TNO een instrument ontwikkeld voor kraamverzorgenden. Hiermee risico’s gesignaleerd worden en vervolgens doorgegeven worden verloskundigen en jeugdverpleegkundigen. Download hier het rapport vroegsignalering in de kraamperiode van TNO en de TNO checklist vroegsignalering in de kraamtijd


 



Gepubliceerd op 30 november 2016
 
 
 

Contact


 
Locatie
Bo Geboortezorg
Weg der Verenigde Naties 1
3527 KT Utrecht
Copyright © SD Communicatie    Disclaimer    Privacy Statement