Informatie

 

Zoeken




Onderwerpen: 6


Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ)

Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ) www.kenniscentrumkraamzorg.nl     Op initiatief van BTN, ActiZ en NBvK en met subsidie van het Ministerie van VWS, is het Kenniscentrum Kraamzorg in 2012 opgericht. Het KCKZ bestaat momenteel uit een directeur, een beleidsmedewerker, een secretaris en een management assistente. Het bestuur bestaat uit drie afgevaardigden van Bo Geboortezorg Peter Boudewijn, Mariëlle van de Riet en Rob van Zwieten en Martijn Kranenburg namens de NBvK. Het Kenniscentrum Kraamzorg is er voor én door iedereen in het kraamzorgveld. Dit betekent dat zowel werkgevers- als werknemersorganisaties aan de slag moeten met het Kenniscentrum om samen de kraamzorgsector tot een gelijkwaardige samenwerkingspartner in de geboortezorg te ontwikkelen.   Kwaliteitsregister Om alle partners in het netwerk van de geboortezorg een goed beeld te kunnen geven van de kraamzorgmarkt, heeft het Kenniscentrum Kraamzorg een kwaliteitsregister voor kraamverzorgenden ontwikkeld. Door zich in te schrijven in dit register leveren kraamverzorgenden niet alleen een belangrijke bijdrage aan het inzichtelijk maken van hun sector, ze laten tegelijkertijd zien welke kwaliteiten (scholing en ervaring) ze in huis hebben om de best mogelijke zorg te kunnen garanderen. De registratie biedt toegang tot actuele kennis en onderzoeken. Daarnaast kunnen kraamverzorgenden hun ervaringen delen met collega's en een breed netwerk van kraamzorgprofessionals.   Ontwikkelingen Het Kenniscentrum Kraamzorg speelt ook een grote rol in het ontwikkelen en aanjagen van belangrijke inhoudelijke onderwerpen op het gebied van kraamzorg, denk aan partusassistentie, borstvoeding, levensreddende handelingen of Shaken Baby Syndroom. Het Kenniscentrum zorgt ervoor dat de kwaliteit en continuïteit van deze belangrijke informatie worden gewaarborgd. Het Kenniscentrum Kraamzorg richt zich op zes beleidsterreinen: Kwaliteit Scholing Inhoud, ontwikkeling en kennisoverdracht Ketensamenwerking Onderzoek Innovatie Commissies en werkgroepen Het KCKZ heeft commissies en werkgroepen opgericht die deze zes beleidsterreinen samen met directie en bestuur vormgeven. Het doel hiervan is de beleidsterreinen verder te professionaliseren zodat de kraamzorg zich beter kan profileren in het netwerk van de geboortezorg.


Kernboodschap kraamzorg

Kernboodschap kraamzorg ‘Kraamzorg is noodzakelijke en toegankelijke zorg. Het zorgt voor een veilige start, voor gezondere kinderen en moeders, richt zich op de zelfredzaamheid van ouders en voorkomt dure zorg nu en later’. Dat is de onderbouwde kernboodschap kraamzorg die Bo Geboortezorg samen met de NBvK en KCKZ heeft vastgesteld.   Waarom een kernboodschap? Kraamzorg wel of niet in het basispakket van de zorgverzekering, smeren kraamverzorgenden alleen maar beschuitjes of hebben ze andere taken? Begin dit jaar was er volop discussie in de media en in de geboortezorgsector over de positie van kraamzorg. Dit deed de brancheorganisatie besluiten om heel duidelijk te omschrijven wat kraamzorg doet en tot welke resultaten dit leidt.   Allemaal dezelfde boodschap Om kraamzorg stevig te positioneren in de geboortezorgketen is het noodzakelijk om als kraamzorgaanbieders én medewerkers een duidelijke en eensluidende boodschap af te geven. Niet alleen tijdens overleggen en discussies in de keten, maar ook naar klanten en tijdens informele gesprekken. De kernboodschap is kort en krachtig geformuleerd, zodat deze door iedereen makkelijk te gebruiken is en een goed beeld geeft van de kraamzorgsector.   Onderbouwing De kernboodschap wordt gevormd door vijf onderdelen, die uitgebreid onderbouwd en toegelicht worden door wet- en regelgeving, landelijke standaarden en protocollen, multidisciplinaire richtlijnen of wetenschappelijk onderzoek. Kraamzorg is noodzakelijke en toegankelijke zorg Kraamzorg zorgt voor een veilige start Kraamzorg zorgt voor gezondere kinderen en moeders Kraamzorg richt zich op de zelfredzaamheid van ouders Kraamzorg voorkomt dure zorg nu en later  


Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV)

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) www.knov.nl   De KNOV is een beroepsvereniging van verloskundigen die haar ruim 3500 (aspirant) leden zowel individueel als collectief ondersteunt en hun deskundigheid als specialist van het fysiologisch geboorteproces doorlopend verbetert voor het welzijn van moeder, kind en hun omgeving. De KNOV stimuleert de professionalisering en kwaliteit van verloskundige zorg.


Kwaliteit Kraamzorg

Kwaliteit Kraamzorg   Visiedocument Verantwoorde Kraamzorg   Het Visiedocument Verantwoorde Kraamzorg 2008 vormt de basis voor het meetproces. Hierin hebben de betrokken partijen vastgelegd wat onder goede kraamzorg wordt verstaan. Het visiedocument is van toepassing op alle kraamzorg die gegeven wordt: thuis, in kraamzorghotels, geboorteklinieken, verlosafdelingen en bij poliklinische bevallingen waarbij kraamzorg aanwezig is. Hij geldt voor alle kraamverzorgenden, onafhankelijk van de organisatie- of contractvorm waarbinnen zij werkzaam zijn. Ook de vraag wie de zorg financiert is niet van belang voor dit document. Cliënten moeten altijd verantwoorde zorg ontvangen.   Kwaliteitsdomeinen In de visie worden zes kwaliteitsdomeinen onderscheiden: cliëntgerichtheid, lichamelijke gezondheid, psychisch welbevinden en veiligheid, de integratie van het kind in het gezin, de zelfredzaamheid van ouders in de verzorging van het kind, de zorg rond borst- en kunstvoeding en tenslotte vroegsignalering van risico’s of problemen bij het opvoeden en opgroeien. Cliëntgerichtheid Kraamzorg is laagdrempelig en toegankelijk en wordt verleend in de directe leefwereld van de cliënt die door de geboorte van een kind ingrijpend verandert. De wensen en behoeften van cliënten zijn richtinggevend voor de inhoud van de zorg. Emotionele veiligheid en integriteit worden bevorderd door de persoonlijke levenssfeer en normen en waarden van cliënten te respecteren en de privacy te garanderen. Cliëntgerichtheid betekent: de kraamzorg komt aan de wensen en behoeften van de cliënt tegemoet, tenzij deze strijdig zijn met professionele opvattingen of niet passen binnen de indicatiestelling. Goede voorlichting over wat van de kraamzorg verwacht kan worden en heldere afspraken zijn in dit verband belangrijk, evenals een regelmatige evaluatie of de zorg voldoet aan de verwachtingen van de cliënt. Cliëntervaringen worden systematisch geëvalueerd. Cliënten worden uitgenodigd vragen, problemen of klachten te uiten. Cliënten worden met respect behandeld ongeacht hun afkomst of leefsituatie. Er wordt rekening gehouden met de etnische en religieuze afkomst van de cliënt en de kraamverzorgende is op de hoogte van en respecteert culturele en religieuze gebruiken rond de geboorte en in de kraamperiode.   Lichamelijke gezondheid, psychisch welbevinden en veiligheid Kraamzorg draagt bij aan het herstel van de moeder en aan een goede start van het kind door het optimaliseren van de lichamelijke gezondheid van moeder en kind en het voorkomen van ziekte en ongelukken. Bij de bevalling is de kraamverzorgende tijdig aanwezig om voorbereidingen te kunnen treffen en de kraamvrouw te begeleiden en ondersteuning te kunnen bieden. Tijdens de bevalling assisteert de kraamverzorgende de verloskundige en reageert adequaat in noodsituaties. De kraamverzorgende heeft aandacht voor het lichamelijke welbevinden en de mobilisatie van de kraamvrouw en draagt zorg voor een goede hygiëne. De kraamverzorgende ondersteunt het psychische welbevinden en de emotionele veiligheid van de gezinsleden. De kraamverzorgende bevordert daartoe de opbouw van een vertrouwensrelatie door haar attitude, kennis en vaardigheden. Zij biedt een luisterend oor en bevordert dat de ouders rust krijgen. Zij spant zich in om te bewerkstelligen dat gezinsleden positief terugkijken op de kraamperiode. De kraamverzorgende voert kritische observaties uit en signaleert risico’s voor de veiligheid en de lichamelijke en psychische gezondheid van moeder en kind. Bij gesignaleerde problemen wordt de zorg aangepast of worden andere zorgverleners geïnformeerd.   Integratie van het kind in het gezin De kraamverzorgende helpt de leden van het gezin zich aan te passen aan de nieuwe situatie en om een nieuw ritme te vinden in de dagelijkse bezigheden. Dit doet de  kraamverzorgende door de dagelijkse activiteiten in het gezin te ondersteunen en andere kinderen bij de zorg voor de pasgeborene te betrekken. De kraamverzorgende bevordert een goede interactie tussen de ouders en het kind door hen alert te maken op de verschillende signalen van het kind.   Zelfredzaamheid ouders in verzorging kind De kraamverzorgende ondersteunt de moeder, de partner en het gezin in hun  verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid en het functioneren van het gezin. Zij streeft ernaar dat de ouders de verzorging van het kind steeds meer overnemen zodat zij hier zelfstandig toe in staat zijn op het moment dat de zorg wordt afgesloten. Door voorlichting en het uitoefenen van een voorbeeldfunctie bereidt de kraamverzorgende de ouders voor op het zelfstandig uitvoeren van deze taak. Ook krijgen ouders voorlichting over hoe zij problemen in de gezondheid van moeder en kind kunnen herkennen en waar ze hulp kunnen vragen als ze deze  nodig hebben. De ouders krijgen voorlichting over preventie en verzorging en krijgen de gelegenheid om vragen te stellen.   Zorg rond de voeding van het kind De kraamverzorgende stimuleert het geven van borstvoeding maar ondersteunt de moeder ongeacht haar keuze van voeden. Het voedingsbeleid wordt bepaald in overleg met de verloskundige. Begeleiding bij borstvoeding gebeurt volgens de vuistregels van de WHO. Ernstig gewichtsverlies wordt tijdig gesignaleerd. Bij kunstvoeding geeft de kraamverzorgende informatie aan de ouders over het bereiden en geven van voeding en voeden op verzoek bij kunstvoeding.   Vroegsignalering van risico’s op problemen bij opvoeden en opgroeien Kraamzorg is één van de schakels in de vroegsignaleringsketen. Doordat de kraamverzorgende tijd doorbrengt in een gezin kan zij risico’s voor problemen in het opvoeden en opgroeien binnen het gezin signaleren. De kraamverzorgende handelt daarbij conform bestaande (landelijke) afspraken.   Randvoorwaarden Om verantwoorde kraamzorg te kunnen leveren moet aan vier randvoorwaarden voldaan zijn. Deze randvoorwaarden betreffen het zorgplan, de kwaliteit van medewerkers en van de organisatie, informatie en communicatie en tenslotte samenwerking met ketenpartners.   Zorgplan Het zorgplan dient verschillende doelen. In de eerste plaats bevat het alle relevante gegevens van en afspraken met de cliënt. Het zorgplan wordt dan ook samen met de cliënt opgesteld. Een tweede doel is de continuïteit van zorg te waarborgen door als communicatiemiddel te dienen tussen de diverse zorgverleners die bij de cliënt betrokken zijn. Tenslotte dient het zorgplan een registratiedoel: geleverde zorg en evaluaties met de cliënt worden geregistreerd evenals de aanpassingen die in overleg met de cliënt of de verloskundige tot stand zijn gekomen. Registraties uit het zorgplan kunnen gebruikt worden om aan te tonen dat verantwoorde kraamzorg is geleverd. De kraamzorg hanteert daartoe afspraken voor bewaartermijnen. Een gegevensset voor overdracht aan de  jeugdgezondheidszorg maakt onderdeel uit van het zorgplan.   Kwaliteit van kraamverzorgenden en organisatie Kraamzorg wordt geleverd door een professional die beschikt over de competenties die beschreven zijn in het beroepscompetentieprofiel verzorgende IG, niveau 3, uitstroom kraamzorg. Kraamverzorgenden zijn in staat om de zorg uit het zorgplan zelfstandig, vakkundig en methodisch uit te voeren en om deze zorg aan te passen aan wijzigingen in de situatie van de cliënt. Zij blijven binnen de grenzen van hun bekwaamheid en bevoegdheid en stellen zich toetsbaar op. Ze werken adequaat samen met collega’s en andere beroepsgroepen en handelen volgens professionele normen. Deze normen zijn gebaseerd op literatuur of consensus en voldoen aan de nieuwste inzichten. Kraamverzorgenden houden zich ook aan werkafspraken die gelden binnen de organisatie waarin ze werken, waaronder afspraken over het omgaan met klachten, fouten en incidenten. Leerlingen en stagiaires worden adequaat begeleid door kraamverzorgenden en werken onder hun verantwoordelijkheid. De kraamzorgaanbieder ziet toe op een verantwoorde uitoefening van zorg en ondersteunt kraamverzorgenden door voorwaarden te scheppen die nodig zijn om deze zorg adequaat uit te voeren. De zorg is zodanig georganiseerd dat de afgesproken kraamzorg gegeven kan worden en er zo min mogelijk wisseling van kraamverzorgenden in één gezin plaatsvindt. De bereikbaarheid van de kraamzorgaanbieder voor cliënten, medewerkers en verloskundigen is te allen tijde gewaarborgd. De materialen waarmee kraamverzorgenden werken zijn van goede kwaliteit.   Informatie en communicatie De kraamzorgaanbieder verschaft potentiële cliënten informatie over visie, aanbod, werkwijze en leveringsvoorwaarden. Het is voor potentiële cliënten duidelijk waar ze terecht kunnen voor meer informatie. Cliënten ontvangen uitleg over het Landelijk Indicatie Protocol Kraamzorg. Voorafgaand aan en tijdens de intake ontvangt de cliënt alle relevante informatie om wensen en voorkeuren kenbaar te kunnen maken en tot afspraken te kunnen komen. De afspraken betreffen de duur en de inhoud van de zorg die worden vastgelegd in de zorgovereenkomst. Daarnaast wordt uitleg gegeven over belangrijke wettelijke kaders, waaronder de ARBO wetgeving en privacy- en klachtenregelingen. Bij cliënten van niet-Nederlandse afkomst wordt tijdens de intake extra aandacht besteed aan de uitleg van het Nederlandse systeem van gezondheidszorg en de rol van de  kraamverzorgende. Als er een taalbarrière is worden inspanningen verricht om een goede communicatie mogelijk te maken.   Samenwerking met ketenpartners De kraamzorgaanbieder spant zich in om afspraken te maken met andere zorgaanbieders in de keten over de afstemming van zorg. Onder deze zorgaanbieders vallen tenminste verloskundigen, ziekenhuizen en de jeugdgezondheidszorg. De overdracht van de afdeling verloskunde naar de kraamzorg maakt onderdeel uit van de afspraken met het ziekenhuis. De cliënt wordt om toestemming gevraagd om met andere zorgverleners over haar te overleggen en om gegevens aan hen over te dragen. De kraamzorgaanbieder ondersteunt kraamverzorgenden in de samenwerking met andere beroepsgroepen. Rond de bevalling werkt de kraamverzorgende samen met en assisteert de verloskundige door het uitvoeren van de taken die vallen binnen het beroepsdomein van de verzorgende. Gedurende haar aanwezigheid in het gezin observeert en signaleert de kraamverzorgende en zij rapporteert over de gezondheid van moeder en kind aan de verloskundige en, indien van toepassing, de kraamzorgorganisatie. Er zijn duidelijke afspraken tussen de kraamzorgaanbieder en de verloskundige over de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Tijdens de kraamperiode is er systematisch overleg tussen de kraamverzorgende en de verloskundige en zij stemmen de adviezen aan de cliënt onderling op elkaar af. Aan het eind van de kraamperiode draagt de kraamverzorgende, in samenwerking met de verloskundige, de zorg over aan de jeugdgezondheidszorg.   Landelijk indicatieprotocol kraamzorg (LIP) Het LIP is een handleiding waarmee de kraamzorgaanbieders, verloskundigen en verzekeraars voor elke situatie opnieuw in het hele land op dezelfde manier bepalen welke kraamzorg nodig is. Het LIP is zeer uitgebreid en kunt u downloaden op de ledensite van Bo Geboortezorg. Het LIP is één van de basisdocumenten van de normen voor verantwoorde kraamzorg.   Zinnige Kraamzorg Op dit moment wordt middels het project Zinnige kraamzorg gewerkt aan een hedendaagse visie op kraamzorg en op welke wijze deze toekomstbestendig kan worden gemaakt. Op basis hiervan zullen in de komende tijd ook de kwaliteitsnormen kraamzorg en het LIP worden bijgesteld.   Kwaliteitsregister kraamverzorgenden van het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ) www.kckz.nl  Om professionele kwaliteit van de professionals te borgen, heeft het Kenniscentrum Kraamzorg een kwaliteitsregister voor kraamverzorgenden ontwikkeld. (zie paragraaf 3.8). Alle kraamverzorgenden in Nederland staan inmiddels ingeschreven bij het kwaliteitsregister en per april 2019 is een nieuwe registratieperiode ingegaan.


Kwaliteitsmanagementsysteem

Wat is een kwaliteitsmanagementsysteem?   In iedere organisatie zijn er, geschreven of ongeschreven, afspraken en regels over doelstellingen en over wat er gedaan moet worden en de wijze waarop. Bijvoorbeeld hoe beslissingen tot stand komen en wie ze mag nemen of de eisen waar een zorgplan aan moet voldoen. Als al die afspraken en regels samen een gestructureerde, consistente verzameling vormen en kunnen helpen bij het sturen, beheren en verbeteren van de activiteiten van een organisatie, dan spreken we van een managementsysteem.   De kernactiviteiten van een organisatie, zoals  het verlenen van zorg of het voorzien in dagopvang, vormen samen het zogeheten primaire proces. Deze processen verdienen in een managementsysteem uiteraard de meeste aandacht. Daar omheen spelen zich allerlei ondersteunende processen af zoals administratie en personeelsbeheer maar ook zaken als beleidsvorming en de inkoop van de juiste materialen of diensten. Het in kaart brengen, vastleggen, uitvoeren en bijsturen van processen volgens een helder vastgelegd systeem leidt tot een inzichtelijke organisatie. Mensen weten wat hun rol is, waar hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen, welke problemen kunnen ontstaan en hoe ze voorkomen of opgelost kunnen worden. Kortom: een organisatie waar klanten, managers en medewerkers tevreden over kunnen zijn.   Waarom een kwaliteitsmanagement systeem?   De Wkkgz schrijft voor dat instellingen een werkend kwaliteitssysteem moeten hebben en dat het systeem kwaliteit van zorg moet bewaken, beheersen en verbeteren. In artikel 4 van de wet staat dat de zorgaanbieder systematisch gegevens over de kwaliteit van zorg moet verzamelen en registreren om te toetsen in hoeverre verantwoorde zorg is verleend. Daarnaast is ook voor belanghebbenden zoals Zorgverzekeraars, brancheorganisaties en inspecties het hebben van een certificaat of keurmerk een teken dat de organisatie serieus en systematisch werkt aan kwaliteit van zorg. Vaak stellen zij het hebben van een werkend kwaliteitsmanagement systeem als eis. Dit is ook een lidmaatschapseis van Bo Geboortezorg.   Welke onderdelen kent een kwaliteitsmanagement systeem? De meest gangbare kwaliteitsmanagement systemen in de zorg zijn gebaseerd op het principe van de kwaliteitscirkel van Deming: de zogenaamde PDCA cyclus ofwel Plan, Do, Check en Act. Deze  cyclisch opvolgende activiteiten maken dat er continu en bewust aandacht is voor verbeteringen van de zorg of de dienstverlening. Op basis van het gekozen systeem worden bij de opzet van een kwaliteitsmanagement systeem de volgende stappen doorlopen: Analyse van de huidige organisatie waar onder doelstelling, prestaties en bedrijfsprocessen en aanwezige procedures, documenten en richtlijnen. Beschrijven en documenteren van de vereiste documenten, procedures en richtlijnen. Deze worden vervolgens gerangschikt en opgeslagen ( veelal digitaal) in het kwaliteithandboek. Implementeren van de beschreven en vastgelegde werkwijzen en procedures volgens de PDCA-cyclus. Periodieke interne toetsing ( interne audit) of de implementatie goed verloopt en voldoet aan de eisen van het gekozen KMS Periodieke directiebeoordeling (managementreview) of de beschreven doelstelling van de organisatie behaald wordt en welke aanpassingen en/of koerswijzigingen gewenst zijn om zo afwijkingen bij te sturen. Periodieke externe toetsing (externe audit) met als doel verkrijgen of verlengen van het desbetreffende certificaat of keurmerk   Gangbare kwaliteitssystemen in de kraamzorg Er bestaan vele kwaliteitsmanagement systemen. Hieronder worden de meest toegepaste in zorgorganisaties beschreven. Grofweg zijn de systemen in te delen in systeemmodellen versus prestatiemodellen. Bij een systeemmodel wordt de organisatie als het ware geanalyseerd en beschreven op basis van de bedrijfsprocessen met het idee dat wanneer deze goed gevolgd worden de uitkomst/prestatie vanzelf goed is. Bij een prestatiemodel staan de uitkomsten of prestaties centraal en is het van ondergeschikt belang hoe deze tot stand zijn gekomen.  Alle systemen hebben als basis dat voldaan moet worden aan de vigerende wet & regelgeving. Overigens kunnen systemen die niet nader genoemd zijn ook bruikbaar zijn. Verder wordt in dit document  stilgestaan bij afwegingen die u bij de keuze van een systeem kunt maken. ISO 9001 www.nen.nl   Kenmerken: ISO 9001 is een internationale norm die toepasbaar is voor elk bedrijf en dus niet specifiek gericht is op het aanbieden van zorg en de Nederlandse wet & regelgeving waar zorginstellingen mee te maken hebben. De normen zijn dus algemeen van aard en niet geconcretiseerd naar de bedrijfsprocessen  van een zorgaanbieder en de complexe omgeving waarbinnen een zorgaanbieder opereert. ISO 9001 wordt via NEN (Nederlands Normalisatie Instituut)  beheerd maar kan alleen in internationaal verband worden aangepast. Omdat de bedrijfsprocessen worden geanalyseerd, beschreven en beoordeeld is hier sprake van een systeemmodel   Voor- en nadelen: Door de algemeenheid en globale aard kan men om te voldoen aan de norm volstaan met minder diepgaande en vergaande beschrijving van de processen en kost dit systeem minder tijd en inspanning.  Nadeel is dat het kwaliteitshandboek dan minder aansluit bij de operationele werkprocessen en zal er om te voldoen aan de complexe wet & regelgeving toch nog aanvullende beschrijvingen en procedures nodig zijn om te kunnen voldoen aan de vereiste kwaliteit en de verantwoording daarvan.  Het ISO keurmerk is een internationaal erkend en herkenbaar logo.   EN 15224 (“ ISO 9001 voor de zorg”) www.nen.nl   Kenmerken: EN 15224 is een Europese norm gericht op aanbieders van zorg. Deze norm is ontstaan omdat er in tegenstelling tot Nederland in veel Europese landen geen specifieke, nationale  normen voor de zorg bestonden. Ook deze norm wordt via NEN beheerd en kan alleen in Europees verband worden aangepast. Omdat het geen wereldwijde norm is mag eigenlijk niet gesproken worden over een ISO norm (International Standard of Organisation). De EN 15224 gaat dieper in op de specifieke bedrijfskenmerken van aanbieders van zorg. Met name veiligheidsmanagement en risicoanalyse nemen een belangrijke plaats in. Ook hier is sprake van een systeemmodel   Voor- en nadelen: De EN 15224 is door zijn gerichtheid op de gezondheidszorg herkenbaarder en concreter dan de ISO 9001. Nationale wet & regelgeving en sectorspecifieke kenmerken zijn in deze norm niet verwerkt en de terminologie is ook meer cue dan care gericht. Omdat geen sectorspecifieke kenmerken zijn verwerkt kan het voor een organisatie die zorg levert in verschillende sectoren een voordeel zijn om deze norm te hanteren.   HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector) www.hkz.nl/www.nen.nl Sinds mei 2012 is HKZ samengegaan met NEN en is het HKZ een apart bedrijfsonderdeel van NEN geworden; ook wel NEN-HKZ Zorg en Welzijn genoemd.   Kenmerken: HKZ normen zijn sectorspecifieke normen gericht op de Nederlandse gezondheidszorg en wet & regelgeving. De norm bestaat uit een Algemeen Organisatiedeel die voor alle sectoren geldt en een sectorspecifiek deel. Zo zijn er specifieke delen voor kraamzorg, bemiddeling, kleine organisaties, VVT (verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg) en zorgboerderijen. HKZ normen zijn in oorsprong gebaseerd op de ISO 9001 norm en daarom ISO compatible. In de HKZ normen die na 2008 zijn opgesteld of zijn herzien zijn normen op veiligheidsgebied toegevoegd. Voor organisaties die extra aandacht aan het monitoren van veiligheid willen geven is een apart certificatieschema Cliënt/Patiëntveiligheid ontwikkeld. Ook HKZ normen zijn systeemmodellen. Naast de certificatieschema’s biedt HKZ ook trainingen en workshops aan en is er een helpdesk die ondersteuning kan bieden. Organisaties in de VV&T en de gehandicaptenzorg kunnen er ook voor kiezen om HKZ fasegewijs in drie stappen te implementeren waarbij na het behalen van stap 1 en 2 een HKZ-certificaat wordt afgegeven. Na het behalen van stap 3 wordt het HKZ keurmerk behaald, pas in deze fase is er sprake van een volledig geïmplementeerd kwaliteitsmanagement systeem.   Voor- en nadelen: De toepassing  van het HKZ-model levert een gedetailleerde analyse en beschrijving  van de organisatie op en geeft goed zicht op verbeterbare onderdelen. Ook sluiten de procesbeschrijvingen goed aan op het operationele werkproces en kan het kwaliteitshandboek een duidelijke basis vormen voor de organisatie.  Dit vraagt relatief wel meer tijd en inspanning. Gedetailleerde beschrijvingen vragen ook om consequente en periodieke evaluatie en bijstelling. Dit geldt met name voor de specifieke sectordelen die in een complex, snel en ingrijpend veranderend zorglandschap met bijbehorende financiering en wet & regelgeving moeilijker up to date gehouden kunnen worden.   INK ( Instituut Nederlandse Kwaliteit) www.ink.nl   Kenmerken: Het INK- managementmodel is niet zozeer een norm zoals een ISO/EN norm of een certificatieschema zoals HKZ maar een managementmodel wat als hulpmiddel kan dienen om de eigen organisatie op een hoger plan te brengen. Hierbij worden diverse toepassingsniveaus onderscheiden; het model wordt gebruikt als ordeningskader voor aspecten van de organisatie (referentiekader);  het model wordt gebruikt om verbeterpunten op te sporen (diagnosemodel); het wordt gebruikt om veranderingen in gang te zetten (ontwikkelingsmodel) en tot slot kan het dienen als planning & control instrument (besturingsmodel). Naast het verandering/verbetering principe van de kwaliteitscirkel via  Plan, Do, Check, Act kent het model ook een belangrijke waarde toe aan de invloed hierbij van emotie en cultuur via de cirkel  Inspireren, Mobiliseren, Waarderen en Reflecteren. Het model is niet expliciet gericht op het behalen van een keurmerk of certificaat. Via externe feedback of een audit kan men een INK Onderscheiding op drie niveaus behalen en in het allerhoogste  geval in aanmerking komen voor de INK-prijs. Het INK is geïnitieerd door het Ministerie van Economische Zaken en gericht op Nederlandse profit en non-profit organisaties maar kent zijn oorsprong in 14 Europese multinationals. De INK-onderscheiding houdt daarom  tevens de Europese erkenning voor Business Excellence die namens de EU wordt uitgereikt.   Voor- en nadelen: Door de focus op het behalen van betere resultaten en het excelleren hierin ten opzichte van andere organisaties biedt  het model veel handvatten om als organisatie te groeien en te ontwikkelen. Met het kiezen van het toepassingsniveau bepaalt u zelf in hoeverre u het model wilt volgen. Echter wilt u in aanmerking komen voor een onderscheiding dan moet u de lat hoog leggen en de ambitie hebben om het model in zijn volle diepgang toe te passen.  In dat geval is het model vooral geschikt voor grotere organisaties. Externe audits kunnen alleen uitgevoerd worden door het INK opgeleide en aangewezen partners.    De meerwaarde van een kwaliteitssysteem Vaak is voor organisaties de aanleiding tot het implementeren van een kwaliteitssysteem een door derden (brancheorganisatie, zorgkantoor e.d.)  opgelegde verplichting. De investering in tijd en geld die implementatie met zich mee neemt wordt dan vaak ervaren als een extra en onnodige bureaucratische last. Wanneer een kwaliteitssysteem wordt gezien als een strategisch middel om inzicht te krijgen en te houden op de organisatie, om verbeteringen tot stand te brengen en om doelgericht plannen te maken dan zal  een werkend kwaliteitssysteem een duidelijke meerwaarde hebben voor de organisatie. Een onderdeel van ieder kwaliteit managementsysteem is het voldoen aan de geldende wet & regelgeving. Ook wanneer een organisatie kiest om geen kwaliteit systeem te hanteren zal deze aan de wet& regelgeving moeten voldoen. Een deel van de te investeren tijd staat dus los van het wel of niet implementeren van een kwaliteitssysteem. Tot slot leert de ervaring dat het tot in detail omschrijven van procedures en richtlijnen en tot wanhoop drijvende externe audits vaak ontstaan zijn in een tijdgeest waarin beheersen en controleren werd gezien als het ultieme middel tot succes en waarin de externe auditor de neiging had om middels een eigen vertaalslag van de norm hier nog een schepje bovenop te doen.  Een norm of eis binnen een kwaliteitssysteem geeft over het algemeen niet aan uit hoeveel woorden een procedure of doelstelling moet bestaan, in grote lijnen maakt een organisatie daarin haar eigen keuzes. De huidige tijdgeest van minder regeldruk en het meer gericht zijn op het uiteindelijke resultaat in plaats van het proces biedt ook meer ruimte om het kwaliteit managementsysteem op een efficiënte en doelgerichte wijze in te richten en te implementeren.   Hoe maak je de keuze voor een kwaliteitssysteem Het keurmerk van een kwaliteitssysteem is bedoeld om zich te onderscheiden en te laten zien dat de organisatie bewust en op een structurele wijze werk  maakt van kwaliteit. Het onderscheidend vermogen zal klein zijn wanneer het gekozen kwaliteitssysteem nauwelijks bekend is, anderzijds wordt het onderscheidend vermogen ook kleiner naarmate het merendeel van gelijksoortige organisaties hetzelfde keurmerk hebben. De keuze voor een bepaald systeem ligt in zijn geheel bij de organisatie zelf. Zorgverzekeraars, zorgkantoren, brancheorganisaties en/of gemeenten stellen over het algemeen het hebben van een kwaliteitmanagement systeem als een verplichting. In de regel leggen zij niet op welk systeem dat moet zijn. Het is wel zaak dat u zich daarvan vergewist! Afgewogen moet worden waar de organisatie de nadruk op wil leggen; nationaal of internationaal gericht; prestatie of proces gericht, beheersen of verbeteren; sectorspecifiek of algemeen?  Ook kan de grootte van de organisatie en de mate waarin al veel beheersmatig is omschreven en vastgelegd bepalend zijn. Voor een aantal systemen geldt dat er naast de informatie via brochures en de website een informatief gesprek kan plaatsvinden gericht op de eigen organisatie. Ook zijn er tal van adviesbureaus die (veelal tegen een vergoeding) kunnen adviseren over welk systeem het beste past. Informatie inwinnen bij een collega organisatie die al ervaring heeft met een systeem kan echter ook al veel opleveren!   Welke ondersteuning heb je nodig? De mate van ondersteuning hangt eveneens af van een aantal factoren. Iedere implementatie van een systeem begint bij een analyse van de huidige situatie waarbij bekeken wordt welke onderdelen nog beschreven en gedocumenteerd moeten worden. Hoeveel tijd, kennis en affiniteit er beschikbaar is in de eigen organisatie bepaald vervolgens hoeveel externe ondersteuning hierbij gewenst en nodig is. Afweging hierbij kan zijn dat een kwaliteitssysteem pas goed gaat werken en leven binnen de organisatie wanneer het gezien wordt als een integraal onderdeel van het eigen werkproces en niet als een van buitenaf ontwikkeld en opgelegd systeem.   Wat houdt certificering in? Wanneer het gekozen kwaliteitssysteem conform de eisen en normen, al dan niet met ondersteuning van derden is geïmplementeerd kan middels een externe beoordeling (audit) het keurmerk bij het betreffende systeem worden verkregen. Met uitzondering van de Kwaliteitswaarborg Zorgboerderijen wordt deze beoordeling uitgevoerd door zogenaamde certificerende instellingen (CI) die hiervoor accreditatie hebben ontvangen van de Raad voor Accreditatie (RvA). Deze RvA toetst aan de hand van vooraf opgestelde reglementen of de CI onafhankelijk en in staat is om conform het reglement de audit uit te voeren. In dit reglement staat bijvoorbeeld ook omschreven uit hoeveel dagdelen de audit moet bestaan. Voor het INK geldt dat alleen door hen opgeleide auditoren mogen certificeren. Overige CI’s kunnen vaak zowel voor ISO-, EN- als ook voor HKZ normen certificeren. Ook bij Certificerende Instellingen begint de tendens van minder regeldruk en meer prestatiegerichtheid door te sijpelen. In plaats van een procesgerichte beoordeling naar prestatiebeoordelingen, ook wel beoordelen op basis van cultuur en vertrouwen genoemd. Men kijkt hierbij niet meer zozeer of alle documenten en procedures voorhanden zijn maar bijvoorbeeld of de medewerkers weten welk resultaat van hun wordt verwacht. Dit neemt niet weg dat het handboek wel op orde moet zijn en de organisatie te allen tijde moet voldoen aan de vigerende wet & regelgeving. Een één maal verkregen keurmerk heeft een beperkte geldigheid. Bij de meeste keurmerken is dit drie jaar. Na deze termijn dient een her certificering te worden aangevraagd.   Met welke kosten moet je rekening houden? De kosten van een kwaliteit managementsysteem zijn opgebouwd uit: De aanschaf van het systeem (de normen) De eigen investering in tijd voor implementatie Eventuele ondersteuning door derden De kosten van de externe audit Onderhoudskosten   Het is moeilijk om een indicatie te geven van de kosten waar u rekening mee moet houden bij de implementatie van een eenmaal gekozen systeem en het onderhoud wat daarna noodzakelijk is. Kengetallen voor de implementatie variëren van 5 tot 17% van de omzet en de onderhoudskosten van 50 tot 70% van de implementatiekosten. De aanschafkosten zijn doorgaans beperkt tot enkele tientallen euros. De grootste variatie zit in de mate van advies en ondersteuning die u nodig denkt te hebben van derden, de eventuele aanschaf van ondersteunende software en of u bijvoorbeeld voor de implementatie en/of het onderhoud een aparte kwaliteitsmedewerker aan wilt stellen.  De tijd die door de onafhankelijke auditor nodig is voor de certificering is vastgelegd in het reglement voor CI’s en wordt uitgedrukt in mandagen. Voor kleine organisaties varieert dat van 1 tot 2 dagen voor grote organisaties of organisaties met veel vestigingen kan dat snel oplopen tot wel 20 mandagen. Voor een mandag moet u tussen de €1000,= en €1200,=  rekenen exclusief eventuele reis of verblijfskosten. Uitzondering is het INK-managementmodel Voor een audit van het INK managementmodel bent u onder de 100 medewerkers € 15.000 kwijt en vanaf 100 medewerkers € 20.000,=. Bij certificering voor HKZ bent u afhankelijk van het aantal fte’s van uw organisatie een HKZ-afdracht verschuldigd variërend van € 300,= tot € 3000,=.   Er zijn tal van adviesbureaus die u kunnen ondersteunen en het is altijd raadzaam om meerdere offertes op te vragen met uitgebreide specificaties over welke ondersteuning precies geboden wordt. Ook is ondersteuning en externe auditing  vaak een kwestie van de juiste chemie, zorg dus ook dat u bij een selectie kennismaakt met de persoon die uiteindelijk de ondersteuning of de audit zal uitvoeren.


Kwaliteitsverantwoording

Kwaliteitsverantwoording   In het kader van de kwaliteitswet dienen kraamzorgorganisaties de door hen geleverde kwaliteit van zorg  te meten en zichtbaar te maken. Hiertoe is in 2008 het project ‘Zichtbare Zorg’ gestart waarin de basis is gelegd voor het op een systematische wijze registreren en meten van de geleverde kwaliteit. Dit project is inmiddels beëindigd en de taken van Zichtbare Zorg zijn sinds 2012 terug in het veld belegd. De partijen in deze zijn de Zorgaanbieders (Bo Geboortezorg), de Zorgverzekeraars (ZN) en de cliëntenvertegenwoordiging  (PFN). Zij spreken tripartite de inhoud van de indicatoren af,  hoe en wanneer er gemeten wordt en op welke wijze de resultaten publiek worden gemaakt.  Vanaf april 2014 heeft het kwaliteitsinstituut een formele status gekregen om er op toe te zien dat partijen op een juiste wijze deze afspraken maken en dat deze afspraken voldoen aan de eisen die daartoe door het kwaliteitsinstituut zijn gesteld.   Op de site van het Zorginstituut Nederland is hier meer over te lezen. Op Zorginzicht.nl zijn onder Geboortezorg onder andere de transparantiekalender, het toetsingskader en het kwaliteitsregister,  afspraken en bijbehorende documenten terug te vinden.   Naast afspraken over de inhoud van het meten moeten de partijen ook afspraken maken over de organisatie en financiering  van het aanleverproces en de gegevensverwerking. Vanaf meetjaar 2015 heeft Bo Geboortezorg  dit op zich genomen voor de kraamzorgorganisaties. De NBVK regelt dit op gelijke wijze voor de ZZP’ers.   De basis van de kwaliteitsverantwoording Het Visiedocument Verantwoorde Kraamzorg 2008 en het LIP (zie paragraaf 5)  vormen de basis voor het meetproces. Hierin hebben de betrokken partijen vastgelegd wat onder goede kraamzorg wordt verstaan. Ten behoeve van het meetproces zijn op basis van het Visiedocument Verantwoorde Kraamzorg door de belanghebbende partijen de indicatoren bepaald die iets zeggen over de geleverde kwaliteit. Als belanghebbende partijen zijn aangemerkt de Kraamzorgaanbieder, IGJ, Zorgverzekeraars en Cliënten. Zij maken vanuit verschillende invalshoeken gebruik van de uitkomsten van het meetproces:   Kraamzorgorganisaties en kraamverzorgenden tonen ermee aan dat zij kwalitatief goede kraamzorg leveren. Daarnaast gebruiken zij de resultaten om de kwaliteit van de zorg waar nodig te verbeteren; De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gebruikt de informatie voor haar toezichtstaak; Zorgverzekeraars gebruiken de informatie bij de zorginkoop; Cliënten en verwijzers kiezen op basis van de informatie van welke kraamzorg(aanbieder) zij gebruik willen maken;   Algemeen Een kwaliteitsmeting bestaat uit twee delen. Een meting van de cliënttevredenheid (CQ) en een meting op de inhoudelijke zorgverlening (ZI).   Op de eerder genoemde site van het kwaliteitsinstituut is het meest recente overzicht van de  Kwaliteitsindicatoren Kraamzorg (meetjaar 2019) en het meest recente  handboek over het meetproces (meetjaar 2019) te vinden. Hieronder vindt u een korte samenvatting:   De cliënttevredenheid werd tot 2015 gemeten op basis van een wetenschappelijk ontwikkelde vragenlijst, de CQ meting, door een extern bureau. Deze meting moet 1x per 2 jaar plaatsvinden. Kraamzorgorganisaties hebben in 2011 en 2013 de CQ gemeten. Per 2015 is de verplichte CQ meting komen te vervallen. Hierbij is de afspraak gemaakt dat deze op termijn vervangen moet worden door een cliëntervaringsinstrument voor de hele Geboortezorg. Zie hiervoor verder bij Indicatorenset Integrale Geboortezorg (IIG). De inhoudelijke kwaliteit wordt gemeten door de organisatie zelf op basis van de zorginhoudelijke indicatoren. Ter voorbereiding van een meting dient u eerst een aantal zaken geregeld te hebben. Het is verstandig om 1 contactpersoon/verantwoordelijke binnen de organisatie aan te wijzen voor het gehele meetproces. Dit voorkomt ruis en hiermee wordt strakker regie gehouden op het proces en de tijdsbewaking.   De Zorginhoudelijke meting Voor het meten van de zorginhoudelijke indicatoren  zijn voor de kraamzorg  indicatoren opgesteld. Dit aantal is in de loop van de jaren verminderd omdat niet alle indicatoren  betrouwbaar en valide zijn gebleken.  De meting van de ZI indicatoren doet u als organisatie zelf. Voor het meetjaar 2020 zijn de volgende Zorginhoudelijke  Indicatoren Kraamzorg vastgesteld: Tijdige intake Tijdige partusassistentie Bijgeschoolde kraamverzorgenden Continuïteit in persoon Noodzakelijke zorg Geslaagde borstvoeding Ketenzorg werkafspraken Kraamzorg bij gezinnen in achterstandssituaties Daarnaast zijn er sinds het meetjaar 2017 ook integrale indicatoren aan toegevoegd dit betreft de Borstvoedingsindicator en de klantpreferenties. Deze indicatoren moeten op het niveau van Verloskundig Samenwerkings Verband (VSV) worden aangeleverd. Als onderdeel van de keten Geboortezorg is ook kraamzorg verplicht hieraan bij te dragen. Aanlevering, verwerking en publicatie over meetjaar 2019 Evenals over de vorige meetjaren moeten de meetresultaten van 2019 worden aangeleverd  en geaccordeerd bij de portal van Desan (zie www.desan.nl). Tot 15 mei 2020 hebben organisaties daarvoor de tijd gehad. Na sluiting van de portal zijn de resultaten conform de afspraken voor 1 juni 2019 doorgeleverd aan het kwaliteitsinstituut die ze in het kader van de transparantie vervolgens publiceert op Zoginzicht.nl (voor cliëntkeuze informatie) en aan ZN ten behoeve van het zorginkoop proces 2020 (verantwoordingsinformatie).   Indicatorenset Integrale Geboortezorg Kwaliteitsverantwoording en transparantie zijn onlosmakelijk verbonden met het denken over kwaliteit en de rollen en verantwoordelijkheden van partijen daarbinnen. Gelijk met het opheffen van Zichtbare Zorg is het inzicht ontstaan dat kraamzorg niet op zichzelf staat maar een onderdeel is van de keten geboortezorg. Naar aanleiding van het rapport “ Een Goed Begin” is onder de hoed van het CPZ  de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) vastgesteld.  Vanuit deze Zorgstandaard zijn nieuwe indicatoren ontwikkelt die iets zeggen over de zorginhoudelijke kwaliteit en de cliënt ervaringen in de Geboortezorg per VSV regio.  In 2017 heeft het Zorginstituut de Indicatorenset Integrale Geboortezorg vastgesteld en vanaf dat jaar moeten VSV’s  de uitkomsten van deze indicatoren aanleveren. Voor kraamzorg betreft dit over 2019 het aanleveren van de indicator geslaagde borstvoeding op VSV niveau ( dat wil zeggen van alle kraamzorgorganisaties in die regio samen) en de zogenaamde klantpreferenties kraamzorg. De clientervaringen moeten op twee manieren door het VSV worden gemeten. Als eerste middels zogenaamde Net Promoter Score (NPS), deze moet aan iedere cliënt worden voorgelegd. Als tweede middels een aanvullend instrument naar keuze die steekproefsgewijs mag worden uitgezet. Meer uitleg hierover vindt u in het handboek kraamzorg 2019 (website Bo) , de Indicatorenset Integrale Geboortezorg en het werkproces client ervaringsinstrument NPS+ (beiden te vinden op de website van het CPZ). Onder de hoed van het CPZ wordt nu door de gezamenlijke partijen gewerkt aan doorontwikkeling van deze Indicatorenset. Bo Geboortezorg is bij deze doorontwikkeling nauw betrokken en is er op gericht dat aan het onderdeel kraamzorg binnen de keten Geboortezorg recht blijft worden gedaan.  In 2020 zal worden bezien of de lijnset kraamzorg zal worden opgenomen in de IIG.


 



Gepubliceerd op 30 november 2016
 
 
 

Contact


 
Locatie
Bo Geboortezorg
Europalaan 500 (Unit W.4.3 + W.4.4)
3526 KS Utrecht
Copyright © SD Communicatie    Disclaimer    Privacy Statement