Nieuwsbericht | 12 juni 2019

 

Eerste Kamer stemt in met Wetsvoorstel arbeidsmarkt in Balans

 

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de tweedeling op de arbeidsmarkt aanpakken. Met deze tweedeling wordt het grote verschil in bescherming van werknemers met vaste- versus flexcontracten bedoeld. Werkgevers zouden hierdoor huiverig zijn hun werknemers een vast contract aan te bieden. Na de Tweede Kamer, heeft op 28 mei 2019 ook de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Arbeidsmarkt in Balans.

 

Het wetsvoorstel arbeidsmarkt in Balans

De Wet arbeidsmarkt in Balans (WaB) verkleint de verschillen tussen flex en vast werk. Het doel is voor werkgevers de stap kleiner te maken om werknemers een vast contract aan te bieden. Mensen in een kwetsbare positie krijgen meer perspectief terwijl tegelijkertijd flexwerk mogelijk blijft.

 

Instemming Eerste Kamer

De wijzigingen van het wetsvoorstel die zijn aangenomen betreffen:

  • de cumulatiegrond die het combineren van ontslaggronden mogelijk maakt;
  • de uitbreiding van de ketenregeling naar 3 contracten in 3 jaar tijd;
  • de opbouw van de transitievergoeding vanaf de eerste werkdag en
  • WW-premie hangt af van de keuze voor een vast of tijdelijk contract.

 

De verlenging van de proeftijd tot maximaal 5 maanden is niet aangenomen in de Tweede Kamer, de huidige regeling omtrent de proeftijd blijft dus ongewijzigd. De voorgestelde regeling omtrent een oproepovereenkomst voor seizoensarbeid is versoepeld: de werkgever hoeft de werknemer niet al na 1 jaar verplicht een contract met vaste arbeidsomvang aan te bieden. In de Eerste Kamer is besloten het plan om voor payrollwerknemers een pensioen te regelen dat gelijkwaardig is aan dat van hun vaste collega’s, pas in 2021 te realiseren.

 

Ingang wet

De WAB bestaat uit een samenhangend pakket maatregelen. Het grootste deel van deze maatregelen gaat vanaf 1 januari 2020 in.

 

Aangenomen wetsvoorstellen

Ketenregeling

Het wetsvoorstel zag er als volgt uit: verlenging van de ketenregeling van maximaal 3 bepaalde tijd arbeidsovereenkomsten binnen 2 jaar met een maximale onderbreking van 6 maanden naar maximaal 3 bepaalde tijd arbeidsovereenkomsten binnen 3 jaar met een maximale onderbreking van 6 maanden. Dit wetsvoorstel is aangenomen.

 

Cumulatiegrond

Het wetsvoorstel zag er als volgt uit: introductie nieuwe ontslaggrond. Tot op heden moet volledig worden voldaan aan één van de acht ontslaggronden. Een combinatie van meerdere ontslaggronden kan niet leiden tot ontslag.

De wetsverandering geeft de rechter, door een nieuwe negende grond, de mogelijkheid omstandigheden te combineren. Dit houdt in dat een werknemer ook ontslagen kan worden wanneer verschillende ontslaggronden gecombineerd worden. De rechter beoordeeld hierover. Bij ontslag op basis van deze i-grond kan de werknemer een hogere vergoeding krijgen. De werknemer kan maximaal een halve transitievergoeding extra krijgen (bovenop de transitievergoeding), wanneer de cumulatiegrond gebruikt wordt voor het ontslag. Deze i-grond kan niet worden gebruikt bij een ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid.

 

Sectorpremies

Het wetsvoorstel zag er als volgt uit: het systeem van sectorpremies verdwijnt voor een systeem waarbij de WW-premie afhangt van de keuze voor een vast of tijdelijk contract. Dit maakt tijdelijke contracten duurder. Bij de instemming van het wetsvoorstel is opgenomen dat werkgevers een lagere WW-premie gaan betalen voor werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract. Dit wetsvoorstel is aangenomen.

 

Afgewezen wetsvoorstellen

Oproepovereenkomst

Het wetsvoorstel zag er als volgt uit: na één jaar oproepovereenkomst is werkgever verplicht tot het doen van een voorstel voor een vast aantal uur werken. De Tweede Kamer heeft echter niet ingestemd met de voorgestelde periode van één jaar. De werkgever hoeft de werknemer niet al na 1 jaar verplicht een contract met vaste arbeidsomvang aan te bieden. In de cao Kraamzorg zijn hierover al afspraken gemaakt, zie hiervoor artikel 4.2 lid 2.

 

Proeftijd

Het wetsvoorstel zag er als volgt uit: arbeidsovereenkomsten met een bepaalde tijd van meer dan twee jaar hebben een proeftijd van maximaal 3 maanden in plaats van maximaal 2 maanden. Arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd hebben een proeftijd van maximaal 5 maanden in plaats van maximaal 2 maanden. Dit wetsvoorstel is niet aangenomen. De huidige regeling omtrent de proeftijd blijft ongewijzigd.



Gepubliceerd op 12 juni 2019
 
 
 

Contact


 
Locatie
Bo Geboortezorg
Europalaan 500 (Unit W.4.3 + W.4.4)
3526 KS Utrecht
Copyright © SD Communicatie    Disclaimer    Privacy Statement