Toekomstbestendige kraamzorg: in gesprek met minister van VWS

De toekomst van de geboortezorg vraagt om gezamenlijke inzet. Daarom gingen de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) namens de verloskundigen en Bo Geboortezorg namens de kraamzorgsector in gesprek met minister Hermans over de uitdagingen én de kansen voor de kraamzorg. In een open en constructief overleg stonden onder meer regionale samenwerking, opleiden en de toegankelijkheid van kraamzorg centraal.

Belang van sterke eerstelijnsgeboortezorg

Allereerst onderschreef de minister nadrukkelijk het belang van een toegankelijke eerstelijns geboortezorg. De eerste lijn heeft een centrale rol in het versterken en bestendigen van passende zorg en het via preventie werken aan de gezondste generatie ooit. Het generiek kompas dat vanuit de Landelijke Tafel Integrale Geboortezorg (LTIG) ontwikkeld gaat worden moet dit in haar ogen dan ook ondersteunen.

Regionale samenwerking: een basis om op voort te bouwen

Een belangrijk onderwerp was de regionale samenwerking. Juist in de regio wordt er integraal samengewerkt door kraamverzorgenden en verloskundigen met de tweede lijn en het sociaal domein. In het gesprek is het belang van deze samenwerking en het versterken van de kraamzorgaanbieders mede door de minister benadrukt en is gesproken over hoe deze ontwikkeling verder kan worden ondersteund.

Garantie voor de toekomst van de kraamzorg

Om de arbeidsmarkt te versterken, is gesproken over de verdere ontwikkeling van de opleidingsstructuur voor de kraamzorg. Het belang van een verkenning op korte termijn om te komen tot een toekomstbestendige opleidingsstructuur voor de kraamzorg is toegelicht. VWS wil de eerste fase (knelpuntenanalyse) mogelijk maken. Deze uitkomsten zullen dienen als basis voor een gesprek dat het ministerie van VWS zal faciliteren met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Tijdens dat gesprek zullen vervolgstappen bepaald worden.

Daarnaast zal meer inzicht in de verschillen tussen kraamzorgaanbieders bijdragen aan handvatten voor een toekomstbestendige inrichting van de sector en passende bekostiging. De minister zal de NZa vragen om in gesprek te gaan met de branche om mee te denken over de manier waarop de branche voor dit inzicht zou kunnen zorgen. 

Toegankelijke kraamzorg voor ieder gezin

Door de eigen bijdrage op kraamzorg is deze vorm van zorg niet toegankelijk voor de gezinnen die de zorg het meest nodig hebben. Het is van belang om de gevolgen van deze eigen bijdrage, met name voor gezinnen in kwetsbare situaties, goed in beeld te brengen. Het RIVM is gestart met onderzoek naar zorggebruik bij gezinnen in kwetsbare situaties. Deze uitkomsten zullen bijdragen aan volgende gesprekken over toegankelijkheid van kraamzorg. Daarnaast is de voortgang van de KLIM-pilot besproken, waarbij zeven kraamzorgorganisaties een nieuwe indicatiemethodiek in de praktijk brengen. De kraamzorgsector wil met de uitkomsten van deze pilot passende kraamzorg realiseren voor alle gezinnen.

Gezamenlijke inzet voor sterke kraamzorg

De KNOV en Bo Geboortezorg kijken terug op een waardevol gesprek, waarin de gezamenlijke opgaven zijn besproken én er ruimte was voor mogelijke oplossingsrichtingen. Koen Jansen, directeur van Bo Geboortezorg: “Het is goed te zien dat de minister de waarde van eerstelijns geboortezorg onderschrijft èn concreet meedenkt in oplossingen om de kraamzorg als belangrijk onderdeel hierin toekomstbestendig te maken”. De komende periode zullen de besproken onderwerpen verder vorm krijgen, in nauwe samenwerking met de betrokken partijen en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.